VERKLARENDE WOORDENLIJST

 

Accommoderen – Het proces waarmee het oog zijn optisch vermogen vergroot om een scherpe en heldere beeldprojectie op het netvlies te handhaven.

Balanced View Optics™-technologie – Het door Advanced Medical Optics, Inc. gepatenteerde lensontwerp dat staarpatiënten een optimaal evenwicht tussen het zicht op korte en op lange afstand verschaft. Deze lenzen verdelen het licht over vijf optische zones. Daarmee wordt het herstel van de gezichtsfunctie geoptimaliseerd, zodat het zicht op lange, middellange en korte afstand verbetert, terwijl de afhankelijkheid van een bril of contactlenzen afneemt.

Staar (cataract) – Wazigheid of ondoorzichtigheid die zich in de natuurlijke kristallens van het oog ontwikkelt, of in het omhulsel van de lens. Doorgaans ontwikkelt staar zich langzaam en verslechtert het gezichtsvermogen evenredig met die ontwikkeling. Als staar niet wordt behandeld, kan de afwijking tot blindheid leiden.

Kristallens – De natuurlijke lens van het oog, die de lichtstralen doorlaat en het lichtbeeld op het netvlies projecteert. Van oorsprong is de lens transparant, maar met het ouder worden kan hij vertroebelen (staar).

Hoornvlies – De doorschijnende voorkant van het oog, die de bedekking vormt van de iris, de pupil en de voorste oogkamer en een hoofdrol speelt in het optische vermogen van het oog. Samen met de kristallens breekt het hoornvlies de lichtstraling, en het draagt bij aan het scherpstellen van de ooglens. Het hoornvlies draagt meer bij aan de totale lichtbreking dan de ooglens, maar de buigingen van de lens kunnen het lichtbeeld scherpstellen, terwijl de kromming van het hoornvlies onbeweeglijk is.

Halo Een nevelige ring die sommige patiënten rondom felle lichten zien. Dit symptoom kan na de behandeling optreden.

Verziendheid – Een gezichtsstoornis die wordt veroorzaakt door een ooggebrek (dat vaak bestaat uit een te korte oogbol of een ooglens die onvoldoende een ronde vorm kan aannemen). Bij verziendheid kan het oog zich niet goed scherpstellen op dichtbijgelegen voorwerpen, en in ernstige gevallen vertroebelt verziendheid de gezichtsscherpte op alle afstanden.

Intraoculaire lens – Een kunstmatige lens die in het oog wordt geïmplanteerd als vervanging van de natuurlijke kristallens, die is verwijderd vanwege staar of een andere oogkwaal. De intraoculaire lens blijft duurzaam in het oog geïmplanteerd.

Monofocale lens Een implanteerbare intraoculaire lens die het zicht op lange (en soms ook op middellange) afstand verbetert, maar doorgaans het zicht op korte afstand niet corrigeert. Vaak is na implantatie van deze lenzen nog een bril of contactlenzen nodig voor oogcorrectie bij lezen en andere bezigheden met zicht op korte afstand.

Multifocale lens Een implanteerbare intraoculaire lens die zodanig is ontworpen dat het zicht op zowel lange als korte afstand wordt verbeterd. Sommige multifocale lenzen verbeteren ook het zicht op middellange afstand. Als bijwerkingen van mutifocale lenzen is er melding gemaakt van toegenomen schittering en halo's in het donker.

Bijziendheid – Een gezichtsafwijking die wordt veroorzaakt door een defect in het lichtbrekingsvermogen van het oog. Bijziende mensen kunnen dingen op korte afstand doorgaans goed zien, maar kijkdoelen op langere afstand worden vertroebeld waargenomen.

Phaco-emulsificatie – Afbraak van staar met behulp van ultrasone trillingen, om het verwijderen te vergemakkelijken.

Ouderdomsverziendheid – Verziendheid als gevolg van vermindering van het vermogen om het oog scherp te stellen. Dit wordt veroorzaakt door verminderde elasticiteit van de kristallens, een verschijnsel dat vaak met het ouder worden optreedt. Deze elasticiteitsvermindering vermindert het vermogen van het oog om het scherpstelpunt van langere naar kortere afstand te wijzigen (accommoderen). De meeste mensen krijgen pas na hun veertigste levensjaar last van ouderdomsverziendheid. Vanwege dit normale proces gaan mensen dan een bifocale bril dragen, of gebruiken ze andere leeshulpmiddelen.

Pupil De opening in het midden van de iris van het oog. De diameter van de pupil verandert afhankelijk van de helderheid van het licht dat het oog binnenkomt.

Gezichtszenuw – De gezichtszenuw verbindt het oog met de hersenen. De gezichtszenuw vervoert de impulsen die door het netvlies zijn aangemaakt. Deze impulsen worden via de gezichtszenuw naar de hersenen gestuurd. In de hersenen worden ze als beelden geïnterpreteerd.

Netvlies – De lichtgevoelige laag die een voering vormt van de achterkant van de oogbol, de lichtbeelden opvangt en in impulsen omzet. Het netvlies stuurt de lichtstralen als elektrische impulsen via de gezichtszenuw naar de hersenen. De hersenen kunnen de inhoud van ons gezichtsveld daadwerkelijk zien.

Sferische afwijking – Een beeldafwijking die wordt veroorzaakt door de toegenomen afbreking van lichtstralen, die optreedt wanneer lichtstralen een lens of spiegel dicht bij de buitenrand raken, in plaats van bij het midden.